Kwartierstaat van mijn neef en nicht


Wulbrand I van Loccum died in 2-1167. He married Beatrix van Rheineck before 1140.

Beatrix van Rheineck [Parents].Beatrix married Wulbrand I van Loccum before 1140.

They had the following children:

  F i Adelheid van Hallermund

Living

Ingrid van Denemarken [Parents].Ingrid married Living.

They had the following children:

  M i Living

Meester Thomas Portou died 1 before 16-4-1659. He married 2 Jenneken Wentholt on 16-5-1652 in Zutphen. Thomas was employed 3 as Chirurgijn bij de compagnie van kapitein Forges on 28-2-1634 in Wezel. He was employed 4 as Chirurgijn-generaal van 's Lands Vloot on 17-6-1657.

Is in Portugal geweest-

Jenneken Wentholt [Parents] died 1 after 13-11-1686. She married 2 Meester Thomas Portou on 16-5-1652 in Zutphen.


Living

N van Luxemburg [Parents].N married Living.

They had the following children:

  M i Diederik

Willem ten Hones [Parents] was born 1 in Dorpboer. He was christened 2 on 15-7-1703 in Winterswijk. He was buried 3 on 21-3-1765 in Winterswijk. He married 4 Johanna Cunnera Schoemaecker on 26-5-1736 in Winterswijk.

Other marriages:
du Pre, Maria Elisabeth
Aalberink, Anna Elisabeth

CHRISTENING: Mogelijk werd Willem gedoopt 15 juli 1703 te Winterswijk als zoon van Hendrik Stroot en Alken Loordijck. Naamswisseling bij verhuizing was op het oostnederlandse platteland gewoonte.

Johanna Cunnera Schoemaecker [Parents] was christened 1 on 7-5-1701 in Winterswijk. She died 2 on 16-5-1756 in Winterswijk. She was buried 3, 4 on 19-5-1756 in Winterswijk. She married 5 Willem ten Hones on 26-5-1736 in Winterswijk.

They had the following children:

  M i Hendricus Hones was christened 1 on 6-3-1737 in Winterswijk.
  F ii Johanna Margrita Hones was christened 1 on 24-5-1739 in Winterswijk.
  F iii Aleida Hones
  M iv Jan ten Hones

Ekbert I van Tecklenburg died in 1150. He married Adelheid van Gelre. Ekbert was employed as Graaf.

Adelheid van Gelre [Parents].Adelheid married Ekbert I van Tecklenburg.

They had the following children:

  M i Hendrik II van Tecklenburg

Bernardus Rijtman [Parents] 1 was christened 2 on 2-6-1723 in Zutphen. He married 3 Aaltje ten Bos on 17-3-1751 in Zutphen. put up the banns 4on 28-2-1751 in Zutphen.

BIOGRAPHY: Tussen schandpaal en schavot, Leo Lensen en Willy H. Heitling (Uitgeverij Terra, pag. 81 t/m 84):
Verkrachting op zolder?
Bernard Rijtman, gehuwd en vader van enige kinderen, woonde achter in de Spittaalspoort in Zutphen. Hij was tabakshandelaar en had een pakhuis en een droogzolder bij de herberg het Witte Paard van de weduwe Meds in Warnsveld, waar nu het huis de Hof is. In oktober 1758 had hij een order voor 100 pond tabak uit Aalten. Om de bestelling klaar te maken riep hij de hulp in van Sander van den Berg, die een paar huizen verderop bij hem in de straat woonde. Deze nam zijn stiefdochter Janna Kruithof mee, een vóórkind van zijn vrouw Maria Eggens. Die was eerder getrouwd geweest met Derc Claessen Kruithof. Sander en Janna werkten wel vaker bij Rijtman.
Rijtman had Sander in het pakhuis laten werken en was met Janna de tabakszolder opgegaan. De deur naar de zolder had hij tegen de gewoonte in afgesloten. Volgens de verklaring die Sander later voor de rechters aflegde had hij zijn dochter korte tijd later horen roepen: "Laat los, laat mij gaan!" Hij was naar de deur van de zolder gelopen, maar het was stil geworden en daarop was hij naar zijn werkzaamheden teruggekeerd. Een half uur later kwam zijn vrouw Maria ook in het pakhuis en vroeg waar Janna was. Hij had geantwoord: "Bij Rijtman op de zolder al een half uur". Zijn vrouw zei toen: "Heden mijn tijd Sander, dan is het er sijn leven niet rigtig om, want de deur van de zolder is gesloten". Korte tijd later was de dochter te voorschijn gekomen en de vrouw had tegen Sander gezegd: "Heden mijn tijd, hoe ziet Janna er niet uit!" Janna was volgens haar stiefvader toen: "helemaal verbaasd van wezen. Ze was bezig haar halsdoek wederom toe te spelden, terwijl haar mutse nog in disordre verkeerde". Sander had zijn vrouw naar huis gestuurd en gezegd: "Dat hij het uit de deerne wel uitkrijgen zou wat er was voorgevallen".
Rijtman was ook tevoorschijn gekomen en zag er anders uit dan gewoon. Hij had de sleutel van de tabakszolder weer op zijn plaats gelegd en was haastig vertrokken. Sander kreeg opdracht de tabak voor acht uur naar De Geleerde Man bij de Laarpoort te brengen, zodat de tabak nog met de kar voor Aalten mee zou kunnen.
Sander van den Berg had daarop zijn dochter aan de tand gevoeld. Janna wilde eerst niets vertellen, maar gaf na aandringen toe dat Rijtman haar in de boezem en onder haar goed getast had en haar had gekust. Sander vroeg of hij haar ook geld had gegeven. Volgens Janna had hij haar een goede schelling en twee dubbeltjes met geweld opgedrongen en in haar rokzak gestopt. Zij moest daar maar een nieuwe halsdoek voor kopen. Sander had verder zijn dochter nog aan het lichaam onderzocht en geconstateerd dat zij wel gemeenschap moest hebben gehad. Hij verklaarde voor de rechtbank dat hij het verder maar aan zijn vrouw had overgelaten. De dochter had 's avonds geklaagd over "pijnlijkheid aan het lichaam" en "de maandstonden die een week later hadden moeten komen waren uitgebleven".
De gebeurtenissen hadden zich op zaterdag 4 maart afgespeeld. 's Maandags had de vrouw van Sander de kruiwagen waarmee de tabak naar de vrachtrijder was vervoerd en de lichter van de kruiwagen naar Rijtman teruggebracht. Ze had Rijtman gevraagd of deze nog werk voor haar man had, wat niet het geval bleek te zijn. De vrouw zou toen geantwoord hebben: "Dat is maar goed ook want Sander wil toch niet meer voor u werken". Ze had vervolgens Rijtman voor de voeten geworpen dat hij haar dochter had verkracht. Deze was kwaad geworden en had haar toegeschreeuwd: "Dat zij zich het huis moest uitscheren ofte dat hij haar de kop zou inslaan". Mevrouw Rijtman had haar man tegengehouden.
Toen Maria met dit verhaal thuis kwam zei Sander: "Laat Janna zelf met u gaan naar Rijtmans huis en het geval hem dan zelfs voorhouden en zo hij het alsdan vorders durft ontkennen dat hij met de Deeren te doen heeft gehad zullen wij wel zien of wij niet verder en hoger kunnen zoeken en het hem waar maken en bewijzen". Rijtman heeft de vrouwen bij dit bezoek het huis uitgejaagd en de familie van de Berg-Kruithof heeft daarna bij de rechtbank een klacht ingediend.
De magistraat benoemde daarop Mr. Isaac Sluiter tot advocaat-fiscaal in deze zaak om namens de stad als aanklager op te treden. Intussen was gebleken dat Janna zwanger was. Zij beviel op 19 oktober, 8 maanden later, van: "een onegt kint, sijnde een dochter" en noemde tegenover de vroedvrouw, Adriana Bos, huisvrouw van Derc Theunissen, Bernard Rijtman als de enig mogelijke vader. Deze verklaring kon worden bevestigd door vier buurvrouwen die als getuigen waren opgetreden. Dat waren vrouw Engelinks, vrouw Lansinks, vrouw Meyers en vrouw Vriezelaers. Janna zelf verklaarde onder ede voor het gericht dat ze nooit met een andere man vleselijke gemeenschap had gehad.
De aanklager constateerde dus dat Bernardus Rijtman, gehuwde man met kinderen, door zijn "bose lusten en vuile begeerlijkheden, zich zo verre heeft laten vervoeren dat hij zich niet heeft ontzien op de 4de maart 1758 tot ontucht te forceren, met geweld te gebruicken en also bezwangeren zeker, onmondig, eerlijk en ter goeder naam en faam bekent staand meysje, Johanna Kruythof genaamd".
De aanklacht bevatte verder een gedetailleerde beschrijving van wat er op de zolder was voorgevallen en de aanklager concludeerde dat Rijtman: "een Hemeltergende zonde, een gruwelijk kwaad, detestabel Feit" had gepleegd, dat ten hoogste strafwaardig was, volgens de wet van 18 februari 1751. Hij eiste een boete van duizend gulden en indien Rijtman niet in staat of bereid was deze te betalen zou hij zwaar moeten worden gegeseld en uit de stad verbannen.
De vroedvrouw legde een verklaring af waarin ze meedeelde dat volgens de wetenschap en in haar praktijk meerdere malen achtmaandskinderen waren geboren.
De stadsroedendrager Philip Harmsen is naar het huis van Rijtman gegaan om hem de beschuldiging voor te lezen en hem op te dragen voor de rechtbank te verschijnen. De ambtenaar verklaarde in een officieel stuk dat Rijtman hem had verzocht de beschuldiging over te geven. Hij verklaarde die zelf wel te kunnen lezen.
Rijtman is voor de rechtbank verschenen en heeft daar onder ede een verklaring afgelegd. Hij was daartoe wettelijk niet verplicht omdat hij als gehuwd man beschuldigd werd van overspel. Zo iemand hoefde geen zuiveringseed af te leggen. In de verklaring beweerde Rijtman dat hij geen gemeenschap met Janna had gehad. Hij had haar de neusdoek niet losgetrokken, haar niet gekust en niets oneerlijks gedaan. Hij heeft verder aangevoerd dat het meisje "singulier" was. Op die zolder had hij haar ervan verdacht tabak te hebben gestolen. Hij had om dit te bewijzen in de zak onder haar schort gevoeld en er inderdaad tabak gevonden. Janna had tegen hem verklaard niet te weten hoe die tabak daar was gekomen. Die zou er tijdens het werk wel ingevallen zijn. Rijtman had Janna bij die gelegenheid zeker geen geld gegeven. Men had hem pas in juni, drie maanden later, verteld dat Janna zwanger was. Dit gebeurde drie dagen nadat de beschuldiging tegen hem was ingediend.
Als klap op de vuurpijl kwam Rijtman nog met een andere verklaring voor de dag. Er was een verhoor afgenomen door de Heer Baron van Lintelo, generaal-majoor in den dienste van den Lande en stadscommandant van de vesting Zutphen. Deze had onder ede gehoord: Matthuis Jaacq Ruyter, oud 25 jaar, soldaat te Zutphen. Ruyter kende Johanna Kruithof goed, omdat hij zijn paard twee huizen van Janna's woning in de stal van Teewissen had staan. Hij wist niet meer met zekerheid te zeggen of hij haar in de maanden januari, februari en maart 1758 vleselijk had gebruikt, maar deelde wel mee haar dikwijls te hebben bekend. Hij betaalde haar daarvoor met een dubbeltje of soms minder. Janna had met hem afgesproken dat hij bij haar tegen de glazen zou tikken, wanneer zij met hem mee moest gaan. Ze ontmoetten elkaar in de stal of in de Sortie van de Nieuwstadspoort. De Ruyter kon niet bevestigen of zij ook met andere soldaten, zoals Nolle Koebergen, was meegegaan voor een lood thee of koffie, zoals hem werd gevraagd. Wel had hij nog vele malen met Johanna verkeerd, ook nadat hij van haar moeder het verhaal over de gebeurtenissen bij Rijtman had gehoord. Janna had hem daar zelf toe uitgenodigd en gezegd: "Komt, volgt mij, klopt maar eens op het venster, dan zal ik U volgen". Hij had daar geen bezwaar tegen gehad omdat Rijtman toch de naam had.
Men vroeg de soldaat ook of het hem bekend was dat er in Zutphen een liedje werd gezongen met als inhoud: "Dat Rijtman als vader van het kind zoude passeren dog dat een ander 't selve gemaakt hadde". Ruyter kende dit lied echter niet.
De advocaat-fiscaal (officier van justitie) heeft de beschuldigingen tegen Rijtman niet onmiddelijk ingetrokken. Hij bleef bij zijn eis dat men Rijtman moest berechten en dat deze met zijn lijf borg moest staan, m.a.w. dat hij in hechtenis moest worden genomen en niet tot de uitspraak in vrijheid mocht worden gesteld met een borgsom en borgen, die beloofden in geval van een vlucht van Rijtman zijn plaats in te nemen.
In de verschillende sententieboeken is echter geen verdere veroordeling van Rijtman meer te vinden. Het was in ieder geval wel duidelijk dat men aan de verklaringen van Janna niet te veel waarde kon hechten, al sloot haar vrijage met de soldaat niet uit dat ook Rijtman wellicht strafbare handelingen met het meisje had gepleegd. Verder is het opvallend dat Sander van den Berg pas actie ondernomen heeft nadat duidelijk werd dat Rijtman geen gebruik meer wilde maken van zijn diensten en toen was gebleken dat Janna zwanger was. Wat mevrouw Rijtman er allemaal van vond is niet overgeleverd.

Aaltje ten Bos [Parents] was christened 1 on 16-2-1730 in Zutphen. She died 2 on 4-5-1805 in Zutphen. She married 3 Bernardus Rijtman on 17-3-1751 in Zutphen. put up the banns 4on 28-2-1751 in Zutphen.

They had the following children:

  F i Jacoba Everdina Rijtman
  F ii Peternella Rijtman was christened 1 on 16-2-1755 in Zutphen.

Jhr. Gerrit van Teylingen died 1 before 1684. He married 2 Johanna Beljaerts on 18-9-1660 in Rucphen. Gerrit was employed 3 as Burgemeester in Elburg. He was mentioned (R.A. Arnhem, R.123, f.156 v-157) 4on 18-4-1697 in Elburg. He was employed 5 as Luitenant in de comp. van kapt. Smits in Terheiden.

Johanna Beljaerts [Parents] was christened 1 on 27-5-1636 in Terheiden. She died 2 before 18-4-1697. She married 3 Jhr. Gerrit van Teylingen on 18-9-1660 in Rucphen. Johanna was mentioned (Doopgetuige als weduwe) 4in 1684.


Willem ten Hones [Parents] was born 1 in Dorpboer. He was christened 2 on 15-7-1703 in Winterswijk. He was buried 3 on 21-3-1765 in Winterswijk. He married 4 Maria Elisabeth du Pre on 8-8-1728 in Winterswijk.

Other marriages:
Schoemaecker, Johanna Cunnera
Aalberink, Anna Elisabeth

CHRISTENING: Mogelijk werd Willem gedoopt 15 juli 1703 te Winterswijk als zoon van Hendrik Stroot en Alken Loordijck. Naamswisseling bij verhuizing was op het oostnederlandse platteland gewoonte.

Maria Elisabeth du Pre was born estimated 1700. She died 1 on 21-1-1736 in Winterswijk. She married 2 Willem ten Hones on 8-8-1728 in Winterswijk.

Haar doop is onbekend, mogelijk is zij dezelfde als Marcus' dochter Hendrina Lijsbeth, gedoopt op 17 april 1702 te Winterswijk.


Willem ten Hones [Parents] was born 1 in Dorpboer. He was christened 2 on 15-7-1703 in Winterswijk. He was buried 3 on 21-3-1765 in Winterswijk. He married 4 Anna Elisabeth Aalberink in Leiden. put up the banns 5on 12-11-1757 in Winterswijk.

Other marriages:
du Pre, Maria Elisabeth
Schoemaecker, Johanna Cunnera

CHRISTENING: Mogelijk werd Willem gedoopt 15 juli 1703 te Winterswijk als zoon van Hendrik Stroot en Alken Loordijck. Naamswisseling bij verhuizing was op het oostnederlandse platteland gewoonte.

Anna Elisabeth Aalberink was born 1 in Leiden. She was buried 2 on 23-8-1770 in Winterswijk. She married 3 Willem ten Hones in Leiden. put up the banns 4on 12-11-1757 in Winterswijk.

Home First Previous Next Last

Surname List | Name Index